Textiel in Tilburg: van fabrieksstad naar circulaire hub

TextielMuseum tentoonstelling Hella Jongerius Slimme handen textielarchief JongeriusLab Photo Roel van Tour 2

Afbeelding: Roel van Toer

Meer dan twee eeuwen textiel hebben Tilburg gevormd. Van thuiswevers en wollenstoffenfabrieken tot circulaire innovatie, nieuwe materialen en slimme productieketens: textiel zit diep in het DNA van de stad.

Textiel zit in Tilburg verweven

Tilburg en textiel zijn al eeuwen met elkaar verweven. Wat ooit begon met thuiswevers en wollenstoffen groeide uit tot een industrie die de stad economisch, sociaal én ruimtelijk vormde. Fabrieken, arbeiderswijken, scholen en infrastructuur kwamen voort uit de textielindustrie. Toen de fabrieken in de tweede helft van de twintigste eeuw grotendeels verdwenen, veranderde Tilburg opnieuw. Maar textiel verdween niet uit de stad.

Vandaag bouwt Tilburg voort op die geschiedenis. In voormalige fabriekscomplexen werken ontwerpers, makers, onderzoekers en ondernemers aan nieuwe toepassingen. Textiel wordt hergebruikt, gerecycled en opnieuw ontworpen. Oude kennis wordt gekoppeld aan nieuwe technologie. En met onder meer het TextielMuseum, TextielLab, de TextielCampus en nieuwe circulaire initiatieven ontstaat een ecosysteem waarin verleden, vakmanschap en innovatie samenkomen.

De Circular Textile Days, die op 30 september en 1 oktober 2026 in Tilburg plaatsvinden, laten zien hoe internationaal dat netwerk inmiddels is. De beurs brengt de volledige textielketen bij elkaar en richt zich op praktische oplossingen voor een circulaire textielindustrie.

Textiel is in Tilburg meer dan een industrie uit het verleden. Het heeft bepaald hoe de stad eruitziet, hoe Tilburgers in elkaar zitten. Wie Tilburg wil begrijpen, begint bij textiel.
Textiel bracht werk en gemeenschap, en toen de fabrieken sloten omdat produceren elders goedkoper werd, ontstond de vernieuwingsdrang waar de stad nu om bekendstaat

Historie: de wolstad

Tilburg kent ruim twee eeuwen textielgeschiedenis. De kennis van textiel gaat in de stad zelfs tot zo'n 400 jaar terug. Die technieken zijn te zien in het TextielMuseum, en nieuwe technieken worden toegepast in het TextielLab. Rond 1750 stonden in Tilburg al honderden weefgetouwen. Veel wevers werkten vanuit huis en maakten stoffen die elders werden verwerkt. In de achttiende en negentiende eeuw groeide de textielnijverheid verder en ontstonden steeds grotere bedrijven en fabrieken. Tilburg specialiseerde zich sterk in wollenstoffen.

Textiel werd daarmee letterlijk onderdeel van het dagelijks leven in de stad. Arbeiders woonden dicht bij de fabrieken, nieuwe wijken ontstonden rond industriële complexen en er kwam onderwijs dat specifiek was gericht op de textielindustrie. In 1877 werd bijvoorbeeld een Tilburgse weefschool opgericht; daaruit ontstonden later de lagere en hogere textielschool. Texstiel was niet één bedrijfstak maar een manier waarop de stad was georganiseerd. Enkele historische feitjes:
  • Monopolie op de Nederlandse wol: Rond het jaar 1871 was de concentratie van de industrie zo groot dat meer dan 75% van de totale Nederlandse wollenstoffenindustrie in Tilburg gevestigd was. De stad telde in dat specifieke jaar maar liefst 125 operationele wollenstoffenfabrieken.
  • De absolute werkgelegenheidspiek: Het absolute hoogtepunt qua aantal arbeiders werd bereikt rond 1950. In dit topjaar werkten er maar liefst 12.765 textielarbeiders in de stad. Daarmee huisvestte Tilburg op dat moment 54% van alle Nederlandse textielfabrieken.
  • Het verleden zit zelfs in onze bijnaam. Kruikenstad verwijst naar het wolverwerkingsproces, waarbij arbeiders urine in kruiken meenamen naar de fabriek. De scheldnaam Kruikenzeiker groeide uit tot geuzennaam, en het standbeeld in de Nieuwlandstraat is een blijvend eerbetoon aan het arbeidersverleden. Lees meer over Carnaval in Kruikenstad.
Toen de fabrieken sloten, moest Tilburg zichzelf opnieuw uitvinden
In 1960 waren ongeveer 14.000 Tilburgers voor hun inkomen afhankelijk van de textielfabrieken en aanverwante bedrijven. Dat was meer dan 60 procent van de werkende bevolking. Vanaf de jaren zestig kwam de industrie steeds verder onder druk te staan, onder meer doordat productie naar landen met lagere arbeidskosten verschoof. In de jaren zeventig en tachtig sloten veel fabrieken.

De stad bleef daardoor achter met leegstaande fabrieken en een economie die opnieuw moest worden opgebouwd. Maar daardoor en daarmee ontstond ruimte voor iets nieuws. Voormalige fabrieken kregen andere functies. Oude textielgebouwen werden woningen, culturele plekken, werkplaatsen en musea. De fabriek van Thomas de Beer werd bijvoorbeeld de plek waar De Pont Museum ontstond. Het complex van Dröge, Mommers en Franken aan de Goirkestraat werd de thuisbasis van het TextielMuseum.
Weversechtpaar aan het werk in 1924
Stopsters aan het werk in de AaBe fabriek
Prins Bernhard op bezoek in Tilburg november 1950
Pagina grootboek firma Van Dooren & Dams 1898
Sloop van wolspinnerij Pieter van Dooren aan de Hilvarenbeekseweg in 1975

Regionaal Archief Tilburg

Heden: van erfgoed naar werkplaats

Vandaag de dag is Tilburg opnieuw een plek waar textielkennis, ondernemerschap en innovatie samenkomen. Het TextielMuseum vormt daarin een belangrijk anker. Het museum combineert erfgoed met een professioneel TextielLab waar kunstenaars, ontwerpers en andere makers van over de hele wereld werken met geavanceerde textieltechnieken. Projecten uit het TextielLab vinden wereldwijd hun weg. [ Tot 11 oktober is in deze tentoonstelling 25 jaar geschiedenis van het Textiellab te zien.] Tegelijkertijd blijft de historische collectie van ruim 24.000 objecten de verbinding met het verleden zichtbaar maken. Ook buiten het museum wordt gewerkt aan een nieuwe textielketen.

Een mooi voorbeeld is Wolkat, een Tilburgs familiebedrijf dat textiel inzamelt, sorteert en verwerkt tot nieuwe vezels, garens, stoffen en producten. Het bedrijf heeft zijn wortels in Tilburg en werkt inmiddels aan circulaire textielketens op industriële schaal. Of Vodde. Die van oud textiel nieuwe sokken maakt en als aanjager van de veranderende industrie vooroploopt en pioniert met nieuwe toepassingen. Niet alleen kledingtextiel krijgt een nieuw leven. Fabraa [onderdeel van Textaafoam] zet afvalstromen om in grondstoffen, met onder meer de collectie Woven Bottles van gerecyclede pet-flessen en stof uit oude spijkerbroeken onder de tagline 'jeans don't die'. Duurzaamheid moet volgens het bedrijf betaalbaar en toegankelijk zijn om echt verschil te maken.

Daarmee verandert ook de betekenis van de oude Tilburgse textielmentaliteit. Waar vroeger grondstoffen werden verwerkt tot nieuwe stoffen en producten, gaat het nu steeds vaker om de vraag: Hoe kunnen we bestaande grondstoffen zo lang mogelijk waardevol houden? Dat levert nieuwe bedrijven, nieuwe samenwerkingen en nieuwe verhalen op.

Zo laat FREE FASHION vanuit Tilburg zien dat ook consumentengedrag onderdeel kan zijn van de transitie. Het initiatief geeft gebruikte kleding een tweede leven en maakt hergebruik zichtbaar en toegankelijk. In september 2026 keerde FREE FASHION opnieuw terug naar Tilburg met een winkelconcept waarin kleding gratis een nieuwe eigenaar krijgt.

Van industriële textielrecycling tot gratis kledingwinkels. De schaal verschilt, maar de gedachte is vergelijkbaar: Niet weggooien wat nog waarde heeft!
We kunnen Tilburg transformeren tot een plek waar duurzaamheid en verbinding centraal staan.
Sokken van Vodde
Patrick Welp, oprichter Vodde
FREE FASHION Store Tilburg rijen voor de deur 0
Wolkat Kleding
Toon image credits

Rechtsboven: Simone Michielsen

Midden links: Simone Michielsen

Midden rechts: Dieuwertje Vorstenbosch

Onder: Wolkat

Toekomst: Tilburg als kennis- en innovatiehub

De ambitie is om van Tilburg een Europese verbindende schakel voor textielkennis en innovatie te maken.
  • TOS13 (Textile Opportunity Space 13): het nieuwe fieldlab wordt tijdens de Circular Textile Days op 30 september 2026 officieel gelanceerd. TOS13 verbindt digitalisering, AI en circulaire productie, en de traditionele, analoge textielindustrie met de hightech kenniswereld van Brainport Eindhoven. Bedrijven, ontwerpers, onderzoekers en kennisinstellingen testen en ontwikkelen ideeën razendsnel door en brengen ze naar de markt. Partners zijn onder meer Mönchengladbach, Gent, Chemelot en Eindhoven.
  • TextielCampus Tilburg: in het Drögepand, ooit het kloppend hart van de textielindustrie, ontstaat op zo'n 4.000 m² het textielhart van Brabant. Het verbindt textielmakers en -vernieuwers met onderwijs, bedrijven en overheid. Het Textiel Innovatie Platform komt in het rijksmonumentale Mommers-Drögecomplex, waar het derde TextielMuseum-onderdeel wordt toegevoegd. Zorgen dat textielproducten langer meegaan, beter recyclebaar zijn, slimmer geproduceerd worden en veel minder energie en grondstoffen verslinden zijn enkele doelstellingen.
  • Doorontwikkeling TextielMuseum: het museum wil verder groeien als makershart van de stad, met meer bezoekers, meer ruimte voor makers en een geopend museumterrein. [Lees meer: https://textielmuseum.nl/doorontwikkeling]
  • Textile Campus Europe (TcEurope): de voorlopige propositie die samenwerking met partners in Duitsland, België en Nederland verbindt en Tilburg positioneert als Europese hub voor kennis, innovatie en ketensamenwerking.
  • 013 Textiel Collectief: 11 Tilburgse textielbedrijven, onderwijsinstellingen en Gemeente Tilburg zijn verenigd in een collectief. Doel van de samenwerking: het stimuleren van duurzame projecten die de Tilburgse textielindustrie vooruithelpen. Het 013 Textiel Collectief doet dit vanuit de wens om de textielsector in Tilburg opnieuw op de kaart te zetten, dit keer met een sterke focus op duurzaamheid en circulariteit. Textilium Futura is de kartrekker van het collectief.
  • Circulaire inkoop: de Circular Textile Days bieden ook kansen voor circulaire inkoop, bijvoorbeeld via bijeenkomsten over circulaire bedrijfskleding.

Links en downloads voor pers

Links & downloads voor pers

Perskit Textiel Tilburg | pers & media | info in Tilburg